10-12-14

Bonny: ‘Kerk vraagt hulp van buitenaf voor omgang pedofiele priesters’

acda9350-8083-11e4-9fed-bd91747f18d6_web_scale_0_0706215_0_0706215__.jpg



De Kerk vraagt ondersteuning van buitenaf bij beslissingen over de mogelijke herintegratie van priesters die veroordeeld zijn voor seksueel misbruik. Dat heeft bisschop Johan Bonny in de Kamer gezegd. Hij denkt aan steun vanuit de forensische psychiatrie, sociale en psychosociale diensten en de steuncentra van justitie.

In november ontstond heel wat ophef rond de intentie van de Brugse bisschop Jozef De Kesel om een priester uit Middelkerke opnieuw te benoemen tot pastoor, nadat die enkele jaren voordien een minderjarige had aangerand.

‘Allicht hadden we onvoldoende ingeschat hoe gevoelig het nog ligt en hoe dat vandaag overkomt’, erkenden De Kesel en zijn vicaris-generaal Koen Van Houtte woensdag in de ‘opvolgingscommissie seksueel misbruik’ in de Kamer.

'Geen kant en klare oplossing'

Niettemin is er soms simpelweg ‘geen kant en klare oplossing’, onderstreepte ook de Antwerpse bisschop Johan Bonny. De meeste daders zijn intussen overleden of hoogbejaard, terwijl 22 van hen de voorbije vijf jaar ook door Rome uit de Kerk zijn gezet. Maar voor een kleine groep is niet zomaar ’een levenslang ja of neen mogelijk’, vinden de bisschoppen.

De heisa rond de zoegeheten 'pedopriester' (die zou worden herbenoemd nadat hij in 2008 een minderjarige had aangerand, maar uiteindelijk na luid publiek protest zelf besliste om zijn functie neer te leggen, nvdr.) bewees begin december echter opnieuw hoe moeilijk het is om in concrete dossiers ‘tot een inschatting te komen die zowel professioneel gefundeerd als maatschappelijk aanvaardbaar is’, oordeelt Bonny.

De Kerk vraagt daarom hulp van buitenaf bij het beoordelen van een eventuele herintegratie. ‘Zonder die ondersteuning zijn de kerkelijke verantwoordelijken immers amper gewapend om beslissingen te nemen’, aldus nog de Antwerpse bisschop. Al is de basisregel hoe dan ook dat een voormalige dader ‘in geen geval nog kan worden ingezet in een werkveld met kinderen of jongeren’.

Bron:Het Nieuwsblad

De commentaren zijn gesloten.